Mijn beeldende praktijk vormt zich rondom de vraag: “Waarom lukt het de ene mens wel een bestaan op te bouwen en de ander niet?”. Als je projecten doet in samenwerking met mensen in een kwetsbare positie is het belangrijk op te letten dat de verhoudingen zo gelijkwaardig mogelijk zijn. In afhankelijkheids relaties is er bijna altijd sprake van een verschil in macht: de filantroop heeft meer macht dan de hulpbehoevende. We maken zelfs in democratische systemen structureel beslissingen over personen die we geen inspraak geven. Je zou kunnen zeggen dat mijn beeldend handschrift zich gelijkmatig ontwikkeld met mijn sociaal engagement. Hoe meer projecten ik met kwetsbare mensen doe hoe duidelijker ik zie dat de ongelijkheid in de wereld rauw en ingewikkeld is. Mijn handschrift wordt daarom door de jaren heen steeds minder netjes. Ik trek beeldende lijnen tussen mooi en lelijk, poëzie en praktijk. Al vroeg maakte ik de keuze om niet binnen een afgekaderd vlak te werken en collage technieken te gebruiken. Duidelijke kaders en overzicht passen niet bij de problematiek waar ik me mee bezig houdt. Ik geloof in het opbouwen van langdurige contacten en het duurzaam ingroeien in communities en organisaties. Ik sta in contact met vluchtelingenwerk, het gevangeniswezen, politie, hulpverleningsinstanties voor migranten van binnen en buiten Europa, opvanglocaties voor dak- en thuislozen, jeugdzorg en andere formele en informele instanties. Ik wil het contact met de harde realiteit van overlevers persoonlijk maken. Ik wil met mijn voeten in de klei staan en verantwoordelijkheid nemen. Ik worstel op dezelfde manier met mijn beelden als in het contact met mensen. Dit doe ik binnen en buiten professionele kaders. Op verschillende plekken werk ik met mensen en bestudeer ik politieke, psychologische en filosofische inhoud. Binnen het netwerk dat ik zo opbouw kunnen mijn beelden ontstaan en een functie, verbinding en inhoud krijgen.